Gerelateerde objecten beheren

Statustypen bewerken

Statustypen bewerken

Een zaaktype heeft verschillende gerelateerde objecten die het gedrag en de eigenschappen van zaken bepalen. Deze objecten kunt u beheren via de verschillende tabbladen op de zaaktype detailpagina.

Statustypen beheren

Statustypen bepalen welke statussen een zaak van dit type kan doorlopen.

Toevoegen

  1. Navigeer naar de detailpagina van het zaaktype

  2. Selecteer het tabblad Statustypen

  3. Klik op Bewerken

  4. Klik op Voeg toe om een nieuw statustype toe te voegen

  5. Vul de Omschrijving in (bijvoorbeeld “Status 1”, “Status 2”, “Status 3”)

  6. Klik op Opslaan

Wijzigen

  1. Klik op Bewerken

  2. Pas de gewenste velden aan, bijvoorbeeld de Omschrijving van een bestaand statustype

  3. Klik op Opslaan

Verwijderen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik bij het te verwijderen statustype op Verwijderen

  3. Klik op Opslaan

Zaaktypeinformatieobjecttypen beheren

Zaaktypeinformatieobjecttypen bewerken

Zaaktypeinformatieobjecttypen bewerken

Zaaktypeinformatieobjecttypen leggen de koppeling tussen zaaktypen en informatieobjecttypen, inclusief de richting van de relatie.

Note

Het toevoegen van een zaaktypeinformatieobjecttype vereist een gepubliceerd informatieobjecttype binnen dezelfde catalogus (zie Informatieobjecttype bewerken).

Toevoegen

  1. Selecteer het tabblad Zaaktypeinformatieobjecttypen

  2. Klik op Bewerken

  3. Klik op Voeg toe

  4. Selecteer een Informatieobjecttype uit de lijst

  5. Kies de Richting (bijvoorbeeld “inkomend”, “uitgaand”)

  6. Klik op Opslaan

Wijzigen

  1. Klik op Bewerken

  2. Pas de Richting of andere eigenschappen aan

  3. Klik op Opslaan

Verwijderen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik op Verwijderen bij de te verwijderen relatie

  3. Klik op Opslaan

Roltypen beheren

Roltypen bewerken

Roltypen bewerken

Roltypen bepalen welke rollen betrokken kunnen zijn bij zaken van dit type.

Toevoegen

  1. Selecteer het tabblad Roltypen

  2. Klik op Bewerken

  3. Klik op Voeg toe om een nieuw roltype toe te voegen

  4. Vul de velden in:

    • Omschrijving: De specifieke omschrijving voor dit zaaktype (bijvoorbeeld “Adviseur”, “Behandelaar”)

    • Omschrijving Generiek: De generieke omschrijving van de rol

  5. Herhaal voor meerdere roltypen

  6. Klik op Opslaan

Wijzigen

  1. Klik op Bewerken

  2. Pas de Omschrijving of andere velden aan

  3. Klik op Opslaan

Verwijderen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik bij het te verwijderen roltype op Verwijderen

  3. Klik op Opslaan

Resultaattypen beheren

Resultaattypen bewerken

Resultaattypen bewerken

Resultaattypen bepalen welke eindresultaten een zaak van dit type kan hebben.

Note

Voordat u resultaattypen kunt toevoegen, moet u eerst een Selectielijst procestype instellen op het tabblad Overzicht.

Selectielijst procestype instellen

  1. Ga naar het tabblad Overzicht

  2. Klik op Bewerken

  3. Vul het veld Selectielijst Procestype in (bijvoorbeeld “2020 - 1 -“)

  4. Klik op Opslaan

Toevoegen

  1. Selecteer het tabblad Resultaattypen

  2. Klik op Bewerken

  3. Klik op Voeg toe

  4. Vul de Omschrijving in (bijvoorbeeld “Werking duidelijk”)

  5. Klik op Doorgaan om eventuele aanvullende details in te vullen

  6. Klik op Opslaan

Wijzigen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik op Meer velden om extra eigenschappen te tonen

  3. Pas de Omschrijving of andere velden aan

  4. Klik op Doorgaan

  5. Klik op Opslaan

Verwijderen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik op Verwijderen bij het te verwijderen resultaattype

  3. Klik op Opslaan

Eigenschappen beheren

Eigenschappen bewerken

Eigenschappen bewerken

Eigenschappen zijn extra gegevens die aan zaken van dit type kunnen worden toegevoegd.

Toevoegen

  1. Selecteer het tabblad Eigenschappen

  2. Klik op Bewerken

  3. Klik op Voeg toe om een nieuwe eigenschap toe te voegen

  4. Vul de velden in:

    • Naam: De naam van de eigenschap (bijvoorbeeld “Eigenschap 1”)

    • Definitie: Een definitie of beschrijving van de eigenschap

    • Formaat: Het type data (bijvoorbeeld “tekst”, “getal”, “datum”)

  5. Herhaal voor meerdere eigenschappen

  6. Klik op Opslaan

Wijzigen

  1. Klik op Bewerken

  2. Pas de gewenste velden aan, bijvoorbeeld de Definitie

  3. Klik op Opslaan

Verwijderen

  1. Klik op Bewerken

  2. Klik bij de te verwijderen eigenschap op Verwijderen

  3. Klik op Opslaan

Tip

Plan uw eigenschappen zorgvuldig. Eigenschappen die aan een gepubliceerd zaaktype zijn gekoppeld, kunnen vaak niet meer worden verwijderd zonder een nieuwe versie aan te maken.